We bevinden ons bij een voorrangsweg. De vrachtwagen en wij hebben voorrang op de tram en de motorfiets. De vrachtwagen gaat eerst, omdat hij rechtdoor gaat op dezelfde weg als wij. De tram gaat als derde, omdat een tram altijd voorrang heeft op dezelfde weg. De motorfiets gaat als laatste.
We bevinden ons bij een voorrangsweg. De vrachtwagen en wij hebben voorrang op de tram en de motorfiets. De vrachtwagen gaat eerst, omdat hij rechtdoor gaat op dezelfde weg als wij. De tram gaat als derde, omdat een tram altijd voorrang heeft op dezelfde weg. De motorfiets gaat als laatste.